‘Brugge is een stad van romantiek!’

Ilse Lahnstein

Liesbeth (59) was drieëntwintig toen ze voor haar man van België naar Nederland emigreerde. Een grote stap op die leeftijd zou je denken, maar het enige waar ze aan moest wennen was het omrekenen van de Belgische frank naar de gulden.

“Ik ben geboren in Koekelare, een dorp in West-Vlaanderen dat dertig kilometer van Brugge ligt. We waren met z’n tienen thuis. Ik ben de jongste van vier zussen en drie broers en ik was de laatste die het huis uit ging. Mijn vader was hoofdonderwijzer in het dorp. De jongensschool waar hij werkte zat vast aan een gemeentehuis. Daar woonden we met z’n tienen. Toen ik op de lagere school zat kochten mijn ouders een stuk land van een boer en lieten ze een huis bouwen. Dat hebben mijn ouders altijd gewild, een praktisch huis laten bouwen om met hun acht kinderen in te wonen. Ik wist niet beter dan dat ik in een dorp woonde. Maar toen ik ouder werd besefte ik dat ik niet kon doen wat ik leuk vond, zoals op dansen gaan. Ik had op ballet gewild maar dat was er niet in ons dorp. Dat heb ik gemist. Vroeger werd je niet door je ouders met de auto gebracht en gehaald zoals dat nu wordt gedaan.”

“In België duurt het middelbaar onderwijs zes jaar, voor elke student. Na de middelbare school ging ik in Brugge voor onderwijzeres studeren aan de PABO. Ik woonde op kamers bij mijn zus en ik heb ook met een andere zus bij onze tante gewoond. Mijn tante woonde aan het Minnewater in het centrum van Brugge. Dat was echt romantisch. Brugge is een provinciestad maar echt een stad van romantiek!”

“Ik heb mijn man ontmoet tijdens het uitgaan in Dammen. Hij komt uit Zeeuws-Vlaanderen, bij de Belgische grens. Op mijn drieëntwintigste ben ik naar Nederland geëmigreerd. Mijn broers en zussen waren het huis uit. Mijn man studeerde en woonde in Nederland, dan wil je niet bij je ouders in België blijven wonen! Ik ben in Delft op kamers gaan wonen. Mijn man woonde in een studentenflat en ik kwam in zijn vriendengroep terecht. We vonden een tweepersoonsstudentenflat en zijn daar gaan wonen. Mijn ouders vonden het leuk voor mij dat ik in Nederland ging wonen. Het is drieënhalf uur rijden met de auto van Delft naar Koekelare. En mijn broers en zussen waren ook in Gent en Brussel gaan wonen. Toen onze twee zoons waren geboren, gingen we ook gewoon één keer in de zes weken naar België.”

“Ik heb niet moeten wennen aan het emigreren naar Nederland. Ja, in België hadden we natuurlijk de Belgische frank dus ik moest steeds omrekenen naar de gulden. Maar ik had werk en zat niet thuis, dat scheelde volgens mij. In Brugge heb ik baantjes in het onderwijs gehad, maar toen ik naar Nederland emigreerde wilde ik niet het onderwijs in. Ik dacht: die kinderen zijn hier zo mondig. Ik heb typen en steno geleerd om werk te krijgen. Ik ben een opleiding voor medisch secretaresse gaan doen en werkte twee jaar bij de TU Delft. Drie jaar geleden ben ik gestopt met werken maar ik heb zo’n dertig jaar als medisch secretaresse in het Erasmus MC in Rotterdam gewerkt.”

“Toen ik trouwde heb ik de Nederlandse nationaliteit aangenomen. Dat zou ik nu niet meer doen maar toen dacht ik dat ik dan aan werk zou komen. Het maakt voor mij geen verschil, ik voel mij eerder kosmopoliet en Europees gezind, dan dat ik me een Belg of Vlaming voel. Ja, in hart en nieren natuurlijk. Bij het Euro Songfestival of met voetbal, dan ben ik benieuwd hoe België het doet. Maar ik volg geen Belgisch nieuws. Ik zou overal kunnen wonen, als ik maar gelijk gezind ben met mensen. Dat is voor mij belangrijker dan waar ik woon. Ik zou ook niet terug naar België hoeven. Ik mis België niet maar je kan daar wel groter wonen voor hetzelfde geld dat je in Nederland voor een huis betaald. De huizen staan daar vrij en zijn betaalbaar. Ik ga één keer in de twee maanden naar België. Mijn zussen en broers komen weleens naar Delft maar als ik naar België ga kan ik meer familie zien. Vroeger gingen we vooral met de kinderen naar België voor mijn ouders, maar mijn zoons hebben niet zoveel met België.”

“In Vlaanderen is Frans de tweede taal. De tweetaligheid speelt een cruciale rol in België. De politiek wordt beïnvloed door de tweetaligheid. In België ligt de verantwoordelijkheid bij de gewesten Brussel, Wallonië en Vlaanderen. Dat maakt de landelijke politiek echt ingewikkeld. België is nog geen federale staat maar het gaat er volgens mij wel naartoe. Ik ben in het Vlaams opgevoed, maar ik sprak met een dialect. Tegenwoordig wordt in België Algemeen Beschaafd Nederlands aan kinderen geleerd. In Vlaanderen heb je verschillende dialecten. Het dialect dat het meest op het Nederlands lijkt is het Antwerps. Antwerpen ligt natuurlijk het dichtst bij Nederland. Na bijna veertig jaar wonen in Nederland heb ik nog steeds mijn Vlaamse accent. Er zijn nog steeds mensen die zeggen: je komt zeker uit België! En soms verstaan mensen mij niet omdat mijn uitspraak misschien anders is. Ik merk ook dat mensen mij soms gereserveerd vinden. Nederlanders zijn directer dan Vlamingen, die zijn gereserveerder en gaan niet over hun grenzen heen. Maar daar wen je aan en je wordt vanzelf directer als je in Nederland komt wonen.”

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s